home > bloeddruk > bloeddruk medicijnen
Als een arts je medicijnen voorschrijft om iets aan je bloeddruk te veranderen kun je er gif op innemen dat je bloeddruk aan de hoge kant is. Hoge bloeddruk is namelijk prima tegen te gaan met pillen, terwijl dat bij een te lage bloeddruk niet het geval is. Geluk bij een ongeluk is dat een lage bloeddruk veel minder risico’s met zich meebrengt dan een hoge.
Voordat je met een echte medicatie begint is het verstandig om te kijken wat je aan je leefstijl kunt aanpassen. Dat scheelt misschien dat je dagelijks een sloot pillen weg moet werken, iets waar de meeste mensen niet veel voor voelen. Het eerste dat je kunt doen is het minderen van het gebruik van zout, een middel dat bloeddrukverhogend werkt. Andere aanpassingen van leefgewoontes zijn enigszins cliché, maar werken wel. Denk daarbij aan stoppen met roken, alcoholgebruik matigen (maximaal twee glazen per dag) en eventueel een paar kilo’s afvallen. Ook een psychologische factor als stress speelt mee: probeer ook dat tot een minimum te beperken.
Werken bovenstaande maatregelen niet? Dan kun je overwegen om met echte medicijnen te beginnen. Die zijn er in een aantal categorieën. De eerste groep bevat plastabletten (diuretica) en zorgt ervoor dat er meer zout met de urine wordt afgevoerd. Er zijn daarvan verschillende soorten, dus overleg met je huisarts welke je zonder risico kunt gaan gebruiken. Bètablokkers zijn een andere groep. De medicijnen daarin hebben als doel het hartritme te verlagen. Het gevolg daarvan is dat ook de bloeddruk omlaag gaat. Een derde categorie wordt aangeduid met de naam RAS-remmers. RAS-remmers gaan de werking van bepaalde enzymen, die vaatvernauwend werken, tegen. De bloedvaten blijven dus wat wijder en de bloeddruk gaat omlaag. Het laatste type medicatie zijn calciumantagonisten (of: calciumremmers) die de opname van calcium in de spiercellen van de and van de bloedvaten tegengaan. Daardoor blijven de vaten wijder en kan er meer bloed doorheen, onder een lagere druk.