home > bloeddruk > bloeddruk waarden
Wanneer je met een bloeddrukmeter aan de slag gaat wordt het meetresultaat in twee waarden gegeven: een getal voor SYS (systolische druk) en een getal voor DIA (diastolische druk). Beide waarden vormen samen de bloeddruk, die dan ook in twee waarden wordt weergegeven: 120 over 80 (120/80), bijvoorbeeld.
Het eerste getal, de 120, is de systolische druk. In de volksmond wordt deze ook wel aangeduid als de bovendruk. Dit is de druk van het bloed op de wanden van aders en slagaders op het moment dat het hart samenknijpt. Gedurende deze fase, de ‘kamersystole’, worden de hartkamers leeggeperst en begint het bloed opnieuw aan zijn reis door het lichaam. Het is vanzelfsprekend dat deze waarde hoger is dan de waarde voor diastolische druk.
Die druk, ook wel bekend als de onderdruk, wordt namelijk gemeten als het hart in rust is. Die fase heeft officieel de diastole. In die paar milliseconden worden de twee hartkamers gevuld met nieuw, zuurstofrijk bloed. Ook de boezemsystole draagt daaraan bij: doordat de boezems (vóór de kamers) samentrekken wordt er nog wat extra bloed in de hartkamers geperst.
Bovenstaande twee waarden vormen samen dus de bloeddruk. Als die onder de 90 over 60 ligt, duiden medici dat aan als een te lage bloeddruk. Rond de 120 over 80 is prima gezond en boven de 140/90 (of 160/90, in het geval van zestigplussers) is té hoog. Preciezer is het echter om uit te gaan van de gemiddelde bloeddruk, die als volgt wordt berekend. Je neemt de onderdruk en telt daar het verschil tussen boven- en onderdruk bij op. Dat getal deel je vervolgens door drie.