Een van de factoren die een grote rol speelt in de bepaling van de bloeddruk is de hartslag, ook wel bekend als het hartritme. Maar ook de hartslag bestaat weer uit een aantal onderdelen en wordt veroorzaakt door verschillende impulsen. Samen zorgen deze ervoor dat je hart dag in, dag uit, probleemloos blijft kloppen.
Een hartslag (of: hartcyclus) is grofweg te verdelen in twee stukken. In het eerste worden de hartkamers gevuld met bloed (diastole). Dat begint met het openen van een aantal kleppen, zodat het bloed vrije toegang heeft tot de kamers. Wanneer deze ongeveer vol zijn trekken de boezems (twee andere ruimtes in het hart, boven de kamers) samen (boezemsystole). Dat zorgt ervoor dat er nog wat meer bloed in de kamers wordt geperst.
Het tweede deel van de hartcyclus bestaat uit het leegpersen van de kamers (systole). Daartoe openen weer andere kleppen (en gaan de eerder geopende kleppen dicht) en trekken de spieren in de wanden van de hartkamers samen (kamersystole). Het bloed stroomt de aorta in en vertakt vanaf daar door het hele lichaam.
Zoals je weet gebeuren al deze acties volledig automatisch. Daartoe beschikt het hart over een ingewikkeld prikkelgeleidingssysteem. Belangrijke onderdelen daarvan zijn de sinusknoop, de natuurlijke pacemaker, de atrio-ventriculaire knoop, de Bundel van His en de Purkinjevezels. Het signaal begint in de sinusknoop (ook wel bekend als sinus-atrium- of SA-knoop) en eindigt in de Purkinjevezels. Daar wordt het werkelijke signaal aan het hart doorgegeven en begint deze zijn werkzaamheden.
De verschillende onderdelen van een hartslag (diastole en systole) zijn tevens de naamgevers aan de verschillende waarden waaruit de bloeddruk bestaat: systolische druk (bovendruk) en diastolische druk (onderdruk).